Hoofdstuk 2
Regelen bij aankomst
De eerste weken draait alles om één ding: je inschrijving bij de gemeente. Daarmee krijg je je persoonsnummer, en dat heb je nodig voor bijna al het andere.
Neem dit mee
- Een geldig paspoort of geldige ID-kaart.
- Je huurcontract, of schriftelijke toestemming van de hoofdbewoner of verhuurder dat je op het adres woont.
- Je bewijs van inschrijving of toelating van je school.
- Als het voor jou geldt: je visum of verblijfsdocument.
- Sommige gemeenten vragen bij een eerste inschrijving uit het buitenland ook een geboorteakte, soms gelegaliseerd of met apostille. Kijk vóór vertrek op de site van je gemeente.
Maak vooraf een afspraak bij de gemeente: in drukke studentensteden zijn de plekken in augustus en september snel vol. Veel steden en scholen hebben speciale inschrijfdagen voor internationale studenten.
In Nederland
1. Inschrijven bij de gemeente (BRP) en je BSN
Blijf je langer dan 4 maanden? Dan schrijf je je binnen 5 dagen na aankomst in bij de gemeente waar je woont, in de Basisregistratie Personen (BRP). Je krijgt dan een burgerservicenummer (BSN). Dat nummer heb je nodig om te werken, een stage te doen, naar een zorginstelling te gaan of een bankrekening te openen.
Blijf je korter? Vraag je gemeente of je in de registratie niet-ingezetenen (RNI) kunt, zodat je toch een BSN krijgt.
Uit Nederland zelf?
Verhuis je naar je kamer, geef dan je nieuwe adres door aan je nieuwe gemeente. Dat kan meestal online met DigiD.
2. DigiD
Met DigiD log je in bij de overheid, DUO, de Belastingdienst en zorgverzekeraars. Je vraagt het aan op digid.nl zodra je ingeschreven bent en een BSN hebt; de activeringscode komt per post naar je adres.
Van buiten de EU: je verblijfsvergunning
Je vraagt de verblijfsvergunning voor studie niet zelf aan: dat doet je school, als erkend referent, bij de IND. De school controleert eerst of je aan de eisen voldoet, bijvoorbeeld genoeg geld om van te leven. De IND beslist meestal binnen ongeveer 2 weken. Volg de instructies van je international office en kijk op ind.nl.
3. Zorgverzekering
- Alleen studeren (uit het buitenland): je mag dan meestal geen Nederlandse basisverzekering afsluiten. Je houdt je verzekering van thuis (EU/EER-studenten vaak met de Europese ziekteverzekeringskaart, EHIC) of neemt een particuliere studentenverzekering.
- Bijbaan of betaalde stage: dan ben je verplicht een Nederlandse basisverzekering te nemen. Pas dan kun je ook zorgtoeslag krijgen.
- Uit Nederland zelf: vanaf je 18e heb je je eigen basisverzekering nodig.
Brief van het CAK?
Krijg je een brief van het CAK over een zorgverzekering, reageer dan binnen 3 maanden, ook als je denkt dat hij niet voor jou is. Anders kun je een boete krijgen. Vraag bij twijfel een Wlz-beoordeling aan bij de SVB; dat duurt een paar weken. Meer op Study in NL.
4. Bankrekening
Een Nederlandse rekening maakt huur betalen, salaris ontvangen en pinnen makkelijker. Banken vragen meestal je paspoort en je BSN; sommige laten je eerst openen en je BSN later doorgeven. Veel winkels en de supermarkt accepteren vooral pinpassen.
5. Telefoon
Een prepaid simkaart werkt meteen. Voor een abonnement vragen providers vaak een Nederlandse bankrekening en een adres.
6. Openbaar vervoer en fiets
- Met OVpay check je in en uit met je betaalpas of telefoon, ook met een buitenlandse pas die contactloos werkt.
- Het studentenreisproduct (gratis of met korting reizen) krijg je alleen als je recht hebt op studiefinanciering. Zie https://studyslim.com/studeren-in-nederland-en-belgie/geld-en-werken/.
- Een fiets is in de meeste steden het snelst. Koop tweedehands bij een fietsenwinkel of een betrouwbare verkoper (geen gestolen fietsen), en neem een goed slot.
In België
1. Inschrijven bij de gemeente en je rijksregisternummer
Van buiten de EU
Je komt met een visum D. Je schrijft je binnen 8 werkdagen na aankomst in bij de gemeente waar je woont (in Gent bijvoorbeeld online). Je krijgt eerst een tijdelijk document (bijlage 15). De politie controleert je adres (in een officiële studentenresidentie vaak niet), daarna vraag je je elektronische verblijfskaart aan (A-kaart). De kosten verschillen per gemeente.
Uit de EU/EER
Blijf je langer dan 3 maanden, dan schrijf je je in in het vreemdelingenregister van je gemeente. Je hebt meestal nodig: paspoort of ID, een pasfoto, bewijs van inschrijving bij je school en bewijs van een geldige ziekteverzekering. Je krijgt eerst een voorlopig bewijs van inschrijving, daarna je verblijfskaart.
Belgische student op kot
Je kot is meestal je tweede verblijfplaats: je blijft ingeschreven bij je ouders.
Bij je inschrijving krijg je een rijksregisternummer. Dat heb je nodig voor een ziekenfonds, een bank, werk en de meeste overheidsdiensten. Geef een adreswijziging altijd door aan de gemeente.
2. Ziekteverzekering: ziekenfonds (mutualiteit)
- EU/EER zonder inkomen in België: met een geldige Europese ziekteverzekeringskaart (EHIC) heb je meestal geen extra Belgische verzekering nodig. Kijk wel of hij je hele verblijf dekt.
- Geen EHIC, of van buiten de EU: sluit je aan bij een Belgisch ziekenfonds (mutualiteit). Je school helpt je daar vaak bij.
- Ga je werken: regel eerst een openbare ziekteverzekering. Zie https://studyslim.com/studeren-in-nederland-en-belgie/geld-en-werken/.
3. Bank en telefoon
Voor een Belgische rekening vragen banken meestal je paspoort of ID en je verblijfsdocument of adres. Een prepaid simkaart werkt meteen; voor een abonnement heb je vaak een Belgische rekening nodig.
4. Openbaar vervoer
- De Lijn (bus en tram in Vlaanderen) heeft abonnementen voor jongeren en studenten.
- NMBS heeft een voordelig studentenabonnement voor je traject naar school of stage (onder voorwaarden).
- In Brussel heeft de MIVB voordelige abonnementen voor jongeren.
Prijzen en voorwaarden veranderen elk jaar: check ze op de site van de vervoerder.
Brussel en Wallonië
De procedure bij de gemeente is overal ongeveer gelijk, maar documenten, wachttijden en kosten verschillen per gemeente. Kijk altijd op de site van jouw gemeente.